Vervullen overheden hun rol in het tegemoetkomen van de Europese Digitale Agenda?

Brussel, 28 juni 2012 – In het midden van de negentiende eeuw was de Franse stad Alençon een belangrijk economisch knooppunt tussen Parijs en het westen van Frankrijk. Ongeveer even groot als de concurrerende stad Le Mans. Toen kwam de trein. Of liever gezegd, de trein kwam juist niet in Alençon en stopte wel in Le Mans. Het gevolg: Alencon werd een onbeduidend provinciestadje, terwijl het economisch voorspoedige Le Mans expandeerde tot een stad van formaat.

Wat de trein was in de negentiende eeuw, is supersnel breedband in de eenentwintigste eeuw. Deze infrastructuur is de bepalende factor in het garanderen van economische voorspoed van steden, regio’s en zelfs landen. De Europese Commissie (EC) schat in dat elke tien procent toename in breedbanddekking resulteert in een economische groei tussen de één en anderhalf procent. Daarom spoort de EC de EU-lidstaten aan om de Digitale Agenda in te voeren. Dit veelzijdige project heeft tot doel om één Europese markt voor digitale diensten te creëren.

Kern van de Europese Digitale Agenda (DA) is een breedbandinfrastructuur die het ontwikkelen van digitale diensten stimuleert en in het kielzog de Europese economie. De EC schat dat Europa vóór 2020 een hoogwaardige breedbandinfrastructuur nodig heeft, wil het concurrerend blijven met andere economische regio’s in de wereld. Zeker vijftig procent van de Europese huishoudens moet dan aangesloten worden op zo’n ‘Next Generation Access’-netwerk (NGA) en gebruik maken van een internetabonnement van 100 Megabits per seconde (Mbps). Daarnaast moeten alle huishoudens in Europa minimaal beschikken over een downloadsnelheid van 30 Mbps. Tot nog toe hebben 21 lidstaten doelstellingen gedefinieerd voor breedbanddekking in hun land. Deze variëren per land tussen de 25 Mbps tot 1 Gigabite per seconde en met een dekkingsgraad tussen 75 en 100 procent.

Vreemd genoeg heeft bijna geen enkele lidstaat de Digitale Agenda omgezet in concrete plannen voor een Fibre to the Home-netwerk, een glasvezelnetwerk tot in huis. Het gevolg is dat Europa alarmerend achterligt op andere economische regio’s. Eind 2011 waren er volgens onderzoeksbureau IDATE binnen de Europese Unie 4,5 miljoen abonnementen verkocht op een glasvezelnetwerk (FTTH). In Azië waren dat er toen 54,3 miljoen en in Noord-Amerika 9,7 miljoen. In de grote economieën zoals Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Spanje lag het aantal glasvezelabonnementen onder de één procent van het totaal aantal huishoudens.

Om deze targets te halen en de grenzeloze economische handel te stimuleren, zullen overheden zich proactiever moeten opstellen. Om de deadline van 2020 te halen, is een aanpassing van wet- en regelgeving nodig. Overheden moeten komen met incentives en barrières slechten. Eén van de belangrijkste onderdelen van de Digitale Agenda is de wens om de toekomstige digitale kloof te overbruggen in landen waar er weinig animo is van commerciële partijen om te investeren in de aanleg van supersnelle netwerken. Daarom is er nu actie nodig van overheden; lokaal, regionaal en nationaal. Een mogelijkheid is dat overheden publiekprivate samenwerkingsverbanden (PPS) aangaan. Dit zou de financiering van supersnelle breedbandnetwerken vereenvoudigen en diensten opleveren waar belastingbetalers iets aan hebben.

Een onderzoek van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) toont aan dat de kostenbesparing alleen al voor de transport-, gezondheidszorg-, energie- en onderwijssector een supersnel breedbandnetwerk rechtvaardigt. Daarnaast kunnen overheden die de aanleg van een FTTH-netwerk faciliteren, ook hun eigen openbare diensten efficiënter aanbieden aan burgers. Zo kunnen ze bijvoorbeeld online gezondheidszorg aanbieden, inclusief consultaties op afstand door middel van HD-videoverbindingen. Glasvezelnetwerken maken thuiswerken eenvoudiger. Het scheelt in de file staan, waardoor werknemers tijd besparen en een betere balans vinden tussen werk en privé. Daarnaast bespaart het bedrijven geld. Tegelijkertijd kan deze technologie de ontvolking van bepaalde gebieden en provincies tot staan brengen en ze een nieuwe economische boost geven.

De voortgang van de aanleg van een supersnel breedbandnetwerk in Europa beschrijft de EC als ‘matig’. Veel factoren remmen een actieve rol van de overheid. Niet in de laatste plaats zijn dit de kosten. De helft van de Europese huishoudens van een 100 Mbps-netwerk te voorzien, kost tussen de 181 en 268 miljard euro. Deze schatting is te vinden in de adviezen van de Digitale Agenda over broadband. Ook de FTTH Council Europe heeft een kostenschatting gemaakt. Deze komt uit op 192 miljard euro. Dit lijkt een hoog bedrag, maar er staan gigantische kostenbesparingen tegenover. Alleen al door het hergebruik of het delen van de bestaande infrastructuur. Het coördineren van dergelijke kostenbesparingen moet de focus zijn van overheden en regulerende instanties.

Er zijn bemoedigende signalen dat private en gemeentelijke organisaties samen steeds meer ondernemen, waardoor nationale overheden de rekening niet alleen hoeven te betalen. Dit zal uiteindelijk resulteren in grotere glasvezeltoegang voor groothandels en retail, die de ontwikkeling van innovatieve diensten zal stimuleren.

Een aantal steden in Europa heeft de potentie van supersnel breedband al ontdekt en private partijen aangespoord om te investeren. Hiermee hebben ze hun economische toekomst veiliggesteld. In München, Duitsland bijvoorbeeld, heeft het gemeentelijke nutsbedrijf SWM samen met telecomaanbieders M-net 250 miljoen geïnvesteerd in het bouwen van een FTTH-netwerk. Beide bedrijven verwachten dat in 2013 de helft van de stad München (zo’n 350.000 huishoudens) is aangesloten. In Stockholm, Zweden, richtte de gemeente een instantie op, die bijna geheel wordt gefinancierd door commerciële partijen. Deze instantie bouwde een FTTH-netwerk voor groothandels en verhuurt het glasvezelnetwerk aan private serviceproviders.

In Nederland hebben private investeerders een samenwerkingsovereenkomst gesloten met KPN om binnen vijf tot tien jaar FTTH aan te bieden aan een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Dit resulteert er uiteindelijk in dat één miljoen huizen al zijn aangesloten, waarvan veertig procent een glasvezelabonnement heeft. In het Verenigd Koninkrijk wil CityFibre FTTH uitrollen met een snelheid van minimaal 100 Mbps aan een miljoen huishoudens en 50.000 bedrijven in de wat kleinere steden.

Voor het creëren van een strategisch nationaal raamwerk speelt de Europese regering een cruciale rol. De EC zal de coördinatie op zich moeten nemen tussen alle stakeholders, waaronder locale en regionale overheden, private investeerders en regulerende autoriteiten. Portugal, bijvoorbeeld, heeft gelden van het European Economic Recovery Plan vrijgemaakt voor de aanleg van een Next Generation Access-netwerk in 140 landelijke gemeenten. Aanbieders verplichten zich om vijftig procent van de bevolking een snelheid te bieden van 40 Mbps of meer. Dit Zuid-Europese land heeft eveneens een krediet van 800 miljoen euro verstrekt aan investeerders in NGA-netwerken. Daarnaast heeft Portugal regelgeving opgesteld voor het stimuleren van de samenwerking tussen aanbieders voor het uitrollen van een FTTH-netwerk. Het doel is om in 2020 supersnelle breedbanddekking te bieden aan zeventig procent van de bevolking. In 2025 moet dit honderd procent zijn. De Franse telecomautoriteit voorspelde dat van de negentien miljard euro die nodig is om een nationaal supersnel breedbandnetwerk aan te leggen, in 2011 de helft gefinancierd zou worden door publieke investeerders.

De realiteit voor overheden en hun partners is duidelijk, De ontwikkeling van nieuwe publieke en private diensten en apparaten staat niet stil. Deze diensten en apparaten vragen om steeds meer netwerkcapaciteit. Daarom moet de prioriteit van overheden liggen bij het bouwen van een toekomstvaste infrastructuur, die de groei aan breedbanddiensten aankan. FTTH kan dat en wel helemaal tot in de woonkamer. Dit in tegenstelling tot Fibre to the Cabinet (FttC), oftewel glasvezel tot aan de wijkcentrale. Deze netwerken vervoeren van de centrale tot in huis de data over een koperkabel met een te lage capaciteit.

Supersnelle FTTH-netwerken gaan een onmiskenbare rol spelen in de concurrentiekracht en economische voorspoed van Europa. Maar alleen met een zo groot mogelijke dekking zijn lokale en nationale economieën in staat het maximale uit deze netwerken te halen. Gezien de enorme omvang van een dergelijk glasvezelproject moeten overheden en beleidsmakers hun rol opeisen en private en publieke investeringen coördineren, zodat de netwerken kostenefficiënt gebouwd worden volgens planning.

Helaas deinzen veel overheden ervoor terug om het heft in handen te nemen bij de aanleg van een toekomstvast NGA-netwerk. Sterker nog: sommige overheden trekken zelfs in twijfel of de doelstellingen van de Digitale Agenda wel nodig zijn. Maar de geschiedenis laat zien dat economische vooruitgang nauw samenhangt met infrastructuur. Als Europa niet serieus een begin maakt met het implementeren van supersnelle breedbandnetwerken, dan bestaat het gevaar dat de geschiedenis van Alençon zich herhaalt. Ook dan gaat de economische groei aan ons voorbij, waar we juist nu zoveel behoefte aan hebben.

Over de FTTH Council Europe
De FTTH Council Europe is een overkoepelende brancheorganisatie. Het doel van deze organisatie is het versnellen van de toegang tot supersnelle glasvezelnetwerken voor consumenten en bedrijven. De Council promoot deze technologie, omdat zij een stroom aan nieuwe diensten op gang zal brengen, bijdraagt aan een beter milieu en de economische concurrentiekracht versterkt. Ruim 150 bedrijven zijn lid van de FTTH Council Europe. Meer informatie is te vinden op www.ftthcouncil.eu.